Ter bemoediging. Preek van pastoor Franken op zondag 29 maart 2020.

De coronacrisis. Hoe lang gaat dit allemaal duren? Het is een en al onzekerheid.

Er is een tekenfilmpje, een cartoon die circuleert. Een aantal mensen zit in een vliegtuig. Ze zijn op weg naar hun bestemming. Alles onder controle. Een stem klinkt over de intercom. “Mijn naam is Janssen . Ik ben uw gezagvoerder. Ik werk vandaag vanuit huis.”

Iedereen springt in paniek overeind. Er is geen piloot in de cockpit.

Dat lijkt het gevoel om ons heen. We zijn ons normale leven kwijt. We vliegen zonder piloot. Dat vinden we niet fijn. Er is veel onzekerheid. En angst. Je proeft veel angst om je heen. Iemand zei: “Er lijkt nog een ander virus te zijn. Wat zich even snel of nog sneller verspreidt als het coronavirus. Het virus van de angst.”

Hoe ga je om met  angst?

Is er iets wat daartegen helpt ?

Kan geloven daarbij helpen?

Daarover gaat het vandaag. Wat geloven hier betekent en hoe dat dan werkt.

Het helpt allereerst om gewoon toe te geven dat je bang bent. In deze situatie is dat zo menselijk. “Ben je bang? Dat is oké. Dat maakt je geen slechte christen. Ga naar God. Zeg tegen Hem wat je voelt. Praat. Schreeuw.  Dat helpt!

Dat is in ons dagelijks leven ook zo, toch? Als je ergens bang voor bent, dan helpt het zo als je er met iemand over kan praten. Je bent bij je huisarts. Hij zegt: ik moet je voor nader onderzoek doorverwijzen naar het ziekenhuis. Je staat buiten en het is alsof je keel dichtgeknepen wordt. Midden in de nacht slaap je niet. Alles gaat door je hoofd. Je denkt: Ik heb het allerergste.

Wat een verschil als dan er iemand is in je leven. Als je met iemand kan praten.

Iemand die luistert.  Iemand die zegt: “Joh, wat er ook gebeurt, ik ben bij je. We komen er samen door heen.” Iemand die bij je is. Die naast je zit. Het is een wereld van verschil.

Dit maakt geloven het middel tegen angst. Geloof dat zegt dat er Iemand met een hoofdletter is die zegt: Ik ben bij je.

En ander woord voor geloven is vertrouwen.

Het nieuwe testament is in het Grieks geschreven. Overal waar in het Nederlandse vertaling geloof staat, staat in het Grieks een woord dat je beter met vertrouwen kunt vertalen

Geloven is vertrouwen dat er Eén is die je vasthoudt met alles wat er in je is,

aan pijn, aan twijfel, aan verdriet.   Dat er Eén is die je vasthoudt  met alles wat er in je is aan angst. Dat er Eén is die je vasthoudt en die je niet kan loslaten.  Zo is Hij. Hij kan niet anders. Hij kan je niet loslaten.

Dat is misschien het enige medicijn tegen al de angst om ons heen. Vertrouwen. Vertrouwen is het vaccin. Vertrouwen in God die zegt: “Ik hou van jou! Ik houd je vast. Ik kan je niet loslaten, zelfs niet in het allerergste.”

In de eerste lezing ziet Ezechiël een vallei vol met beenderen van mensen die allang dood zijn. En dan opeens een belofte: God zal hun graven openen. En wat gebeurt in het evangelie? Jezus opent een graf.  In het verhaal van Lazarus laat zien dat God zelfs in het allerergste –

de dood – tegen ons zegt: Ik ben bij je.

Het volgende verhaal brengt dat dichtbij. Een vrouw vertelt dat ze bij haar tante zat. Tante lag op haar sterfbed. Ze zegt tegen haar nicht: “Ze zeggen dat je alleen doodgaat, dat er niemand met je meegaat. Er kunnen nog zulke lieve mensen om je bed zitten, (En ze knijpt in de hand van haar nicht) maar de laatste reis maak je helemaal alleen.”

Tante zegt: “Dat klopt niet. Dat is niet waar. Hij heeft dat ook gedragen: mijn dood. Hij heeft het aan het kruis gedragen. Hij is in dat onbekende. Hij is er. Zelfs daar laat Hij me niet alleen. Hij wacht op me. En steekt zijn hand uit.

Het nichtje vertelt: “Het was een lange lijdensweg. Met veel verdriet. Maar hoe vreselijk het lijden ook was. Haar laatste ogenblikken waren soms heel vredig. Alsof er inderdaad een hand uitgestoken werd.”